de vrijwilligers

Kogels in de ondergrond

46kogeldoordekerk

In de zomer van 2008 bracht de archeoloog Mark Komen een ijzeren kanonskogel naar het historisch museum. De kogel was afkomstig uit de achtertuin van zijn ouders. De plek is gelegen op schootsafstand van huys Hengelo. Tijdens bouwwerkzaamheden worden twee kanonskogels gevonden. Het betreffen twee verschillende formaten, waarbij het grote formaat naar het museum is gebracht. Het kleine exemplaar is verloren gegaan. De menselijke hebzucht doet hier van zich spreken. Een bouwvakker drukt namelijk deze kogel achterover om geld te verdienen aan het oud-ijzer. Zoals beschreven wordt een kogel overgedragen aan het historisch museum. Het vervoer naar het museum toe had nogal wat voeten in de aarde, waarna het object door de baliemedewerkers in ontvangst werden genomen. De kogel werd dankbaar ingenomen en daarmee leek de kous af.

Groot was dan ook de verrassing toen na maanden plotsklaps de directeur van het museum op de stoep stond met in zijn kielzog een journalist en fotograaf van Tubantia. De kogels bleken mogelijke restanten van oorlogshandelingen rondom huys Hengelo. Tijdens het interview vertelde directeur Jos Schwertasek dat de historische bronnen spreken over gevechtshandelingen rondom huys Hengelo in het jaar 1596. In theorie zijn de kogels mogelijk een tastbare herinnering aan gevechten tussen de Staatse en Spaanse soldaten tijdens de tachtigjarige oorlog. Naar aanleiding van het krantenartikel worden verschillende kogels afgeleverd bij het museum. De kogels zijn gevonden en gebracht door buurtbewoners die na het artikel gelezen te hebben,de achtergrond van hun vondst begrijpen. Vooraf werd veelal gedacht dat de kogels onderdeel uitmaakten van reusachtige kogellagers, machinerie uit de Heemaf-periode.

Navraag bij het legermuseum leert dat de kogels moeilijk te dateren zijn. Wel is bekend dat rond het jaar 1600 de formaten van kogels worden gestandaardiseerd. De standardisatie maakt onderdeel uit van de hervormingen die worden doorgevoerd onder prins Maurits. De gevonden kogels rondom huys Hengelo hebben echter een afwijkend formaat en zijn daarmee niet volgens de standaard in te delen.

 

51geschiedenisvrijwilligers

Geschiedenis vrijwilligers

De kanonskogels leiden tot een afspraak tussen directeur Jos Schwertasek, conservator Hans van den Broek en de archeoloog Mark Komen.Tijdens het gesprek wat volgt wordt gesproken over de grote archeologische collectie van het museum. De collectie is een mengelmoes van Hengelose vondsten die afkomstig zijn uit het rijksmuseum te Enschede, vondsten die begin jaren ’80 zijn verzameld door de archeologiegroep onder leiding van amateur-archeoloog en actief hmH-vrijwilliger Piet Hamer. De grootste collectie vondsten zijn verzameld tijdens de opgravingen rondom het huys Hengelo begin jaren ’90. In het jaar na de opgraving is een tentoonstelling geopend waar vondsten uit de opgraving te zien waren. Tegelijk is een boekje verschenen over de historie van het huys met naast geschiedenis de resultaten van het archeologische onderzoek en de beschrijving van een klein deel van de vondsten. Na afloop van de tentoonstelling zijn de vondsten verzameld in overdozen en vervolgens opgeslagen in garageboxen.

 

Het bovengenoemde gesprek vindt meer dan 10 jaar plaats na de opslagname. Voor een deel van de vondsten, zoals houten en ijzeren voorwerpen, is opslag in ruimtes zonder klimaatbeheersing funest, wat ook blijkt uit een inspectie later. Verder bevatten de vele vondsten nauwelijks documentatie met betrekking tot de vondstlocatie.

Directeur en conservator benaderen de archeoloog gezien zijn expertise in genoemde zaken. Mark Komen heeft in Amsterdam archeologie gestudeerd, met als specialisme de Romeinse tijd. In de jaren na zijn afstuderen heeft hij vele opgravingen uitgevoerd, waarbij hij telkens een ander stukje van onze vaderlandse geschiedenis herontdekte. Naast onderzoek en rapportage hecht Mark waarde aan historische educatie. Lessen uit het verleden kunnen namelijk bruikbaar zijn voor heden en voor de toekomst. In het verlengde van deze doelstelling besloot Mark het museum te gaan helpen. De drie heren besloten eerst eens een bezoek te brengen aan het archeologische depot van het museum. Verdeeld over twee plaatsen bleken ongeveer 50 dozen vol met materiaal te liggen. Allerlei soorten vondsten door elkaar met soms een beschrijving van de herkomst op de zijkant. De eerste aanblik wees op een enorme klus.

Een groot deel van het materiaal is eigenlijk nooit wetenschappelijk onderzocht. De vondsten zijn gedurende de opgraving overgebracht naar de Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek waar ze zijn schoongemaakt en vervolgens in dozen zijn gepakt. Tot aan het eind van afgelopen eeuw was de Rijksdienst ook verantwoordelijk voor de opslag van vondsten uit het gehele land. Het gevolg was natuurlijk ruimtegebrek aangezien Nederland elk jaar voor 1% verder bebouwd wordt.

Ruimtegebrek dwong de ROB de vondsten over te dragen aan het museum. Als historisch geweten van Hengelo voelde het museum zich genoodzaakt de opslag over te nemen in 1996. Met de komst van nieuwe wetgeving rondom de archeologie na de eeuwwisseling veranderde de centrale opvang in opvang per provincie, waarbij de Overijsselse vondsten in het archeologische depot te Deventer werden opgeslagen.

Het was nu mogelijk de vondsten uit Hengelo onder betere omstandigheden op te slaan. De opslag hier was wel aan voorwaarden gebonden. Voorafgaand aan de deponering moest een digitale inventaris van de vondsten gemaakt worden. Bouwmaterialen, recent en vergaan materiaal konden niet opgenomen worden. Vanuit het depot, in de persoon van mevr. Judith Jansen, werden materialen beschikbaar gesteld om de vondsten goed te beschrijven en verpakken. Ook provinciaal archeologe Suzanne Wentinck was betrokken bij de zaak en hielp in raad en daad. De ROB was zo vriendelijk de opgravingsdocumentatie in kopie te verstrekken. Vanuit de AWN, afdeling Twente, kreeg Mark Komen hulp van dhr Evert Ulrich, die een spoedcursus materiaalkennis Middeleeuwen/Nieuwe tijd verzorgde. Binnen Hengelo moest een plek gezocht worden waar het materiaal onderzocht kon worden. In samenspraak met de gemeente Hengelo gelukte het het museum een tijdelijke werkruimte te verkrijgen in het voormalige stadskantoor naast het gemeentehuis. Het stadskantoor stond vlak voor de sloop, op de plek wordt binnenkort nieuwbouw gerealiseerd. De vondsten, uitlegtafels en stoelen werden aangeleverd en in december 2008 stond alles klaar.

Al met al was in een korte tijd veel gerealiseerd: overleg met het depot, een werkruimte met invulling, de archeologische vondsten lagen in de werkruimte, een archeoloog met kijk op de zaak. Het enige wat nu nog miste was een groep vrijwilligers, met belangstelling voor de geschiedenis, archeologen in een notedop.

Via een oproep in diverse media meldde zich een grote groep vrijwilligers aan, waarmee dat eerste jaar de vele vondsten zijn gedocumenteerd. Het was een heel karwei om de achtergrond van alle vondsten uit te zoeken. Is het een stukje bot, steengoed, roodbakkend aardewerk of een pijpekop. Hebben we een rand, wand of bodem. Daarnaast zijn een groot aantal scherven weer tot borden geplakt.

 

bezoek burgemeester

Afbeelding 25 van 25

Een grote selectie van vondsten kwam in aanmerking voor opslag in het Provinciale depot te Deventer. Na dat eerste jaar zijn de vondsten daar vervolgens afgeleverd. Ook voor een tweede jaar kregen we een ruimte toegewezen in het stadskantoor. In die tijd hebben we de bouwfragmenten onder de loep genomen. Een leerzaam maar stoffige onderneming. Harm Nijhoff vereeuwigde menig fragment als tekening. Dhr. Hugo Reynders bezit een grote collectie dia’s die in dat jaar zijn gedigitaliseerd door studio Beerens. Naast archeologische activiteiten is er ook tijd voor ontspanning. Hier ziet u een kerstborrel. Verder hebben we ook uitstapjes gemaakt naar Leiden, Deventer en Borne. Tot slot heeft de groep een stand bemand tijdens de monumentendag, waar tevens een huys Hengelo wijntje is gepresenteerd.

Inmiddels heeft de groep, begin 2013, een werkruimte toegewezen gekregen in de Nieuwstraat 19, waarover verderop meer. De omvang van deze ruimte is zo fors dat de mogelijkheid bestond vondsten te tonen die doorgaans onzichtbaar in het depot opgeslagen liggen.
Op gezette momenten is de ruimte open voor publiek. Daarnaast is de groep nog steeds bezig met het inventariseren van vondsten die vanuit heel Hengelo ooit aan het museum geschonken zijn. Tevens hebben we een doelstelling. Het is ons doel de geinventariseerde vondsten van huys Hengelo alsnog aan een wetenschappelijk onderzoek te onderwerpen. De uitkomsten kunnen vervolgens worden gepresenteerd in een publicatie zodat ook generaties na ons gebruik kunnen maken van de kennis. Op die manier proberen we een blijvende, duurzame, herinnering aan huys Hengelo te realiseren.